Grevenbroekmuseum vzw

Uniformen 

Belgisch uniform

Infanterie FuseliersBelgische Infanterie Fuseliers

Origineel uniform van een Belgische piot van het 2de Linieregiment. Dit regiment was gestationeerd en werd gemobiliseerd in Gent en was onderdeel van de 12de infanteriedivisie die tijdens het begin van de oorlog het Albertkanaal vanaf Herentals tot Massenhoven moest verdedigen.(foto www.achttiendaagseveldtocht.be)

Mauser M36 de verkorte en licht verbeterde versie van de Mauser 1889.

Standaard bestond het Belgische landleger op zich uit 12 Infanteriedivisies en twee divisies Ardeense Jagers.

Op oorlogsvoet kon België ongeveer 20 Infanteriedivisies en 10 cavaleriedivisies, in totaal goed voor +/- 650.000 soldaten op de been brengen.

Met de uitrusting was het echter maar pover gesteld. Zo bezat het Belgisch leger nauwelijks tanks, weinig luchtdoelartillerie en had het evenmin een moderne luchtvloot.
Bovendien was het eind jaren dertig, toen iedereen zich bewapende, niet langer meer mogelijk om via buitenlandse aankopen een inhaalbeweging te maken inzake noodzakelijke investeringen.

 

Duits uniform van het Heer

Heer was de Duitse landmacht binnen de Wehrmacht (leger) die werd opgericht op 16 maart 1935 door Adolf Hitler nadat deze de Wet op de Herinrichting van de Nationale Defensie liet goedkeuren en zo de militaire beperkingen van het Verdrag van Versailles naast zich neerlegde.

Tijdens de invasies in het Westen (mei 1940), telde het Heer 129 infanteriedivisies, vier gemotoriseerde infanteriedivisies, vier lichte divisies, tien pantserdivisies, drie Bergjagerdivisies en één cavaleriedivisie. Parallel aan het Heer had men de beschikking over de SS-Verfügungstruppe, die vanaf april 1940 werd omgezet in de Waffen-SS. Ter voorbereiding van de invasie in het Westen werd het Heer in drie legergroepen georganiseerd; Heeresgruppe A, met 45½ divisies inclusief 7 pantserdivisies), Heeresgruppe B met 29½ divisies waarvan 3 pantserdivisies en Heeresgruppe C met 19 divisies.

Uniformkentekens Heer:

De kraagkentekens zijn voor alle Wehrmachtmilitairen hetzelfde.

De schouderkentekens bepalen hun rang en legeronderdeel.

wehrmachtkentekensWehrmachtkentekens

 

Nederlands uniform

Het Nederlandse leger was een mobilisatie leger en had op oorlogsvoet ongeveer 300.0000 soldaten. In mei 1940 beschikt Nederland over een leger dat wat betreft materieel, personeel en strategie nog altijd zwaar verouderd is. Moderne wapens, zoals antitank- en luchtdoelgeschut ontbreken, en aan ervaren militairen is ook een groot gebrek. Bovendien vertrouwt Nederland nog op de neutraliteitspolitiek en de zeer verouderde waterlinies: gebieden die het leger onder water kan zetten om vijanden buiten te houden. Deze manier van verdedigen komt uit de Gouden Eeuw en is op dat moment dus bijna driehonderd jaar oud. Met de komst van de luchtmacht is deze tactiek erg achterhaalt, omdat parachutisten simpel over het water kunnen komen.

Het uniform van de Nederlandse soldaat was oncomfortabel. De hoge kragen, stijve wollen stof en de (on)praktische eigenschappen voor dienst te velde waren voorname factoren om het uniform als “nauwelijks geschikt” te benoemen. De meeste militairen bezaten slechts een enkel uniform. De katoenen beenwindselen [puttees] waren een ramp. Ze waren lastig aan te brengen, slecht voor de bloedsomloop en vooral oncomfortabel. Ze waren ooit door het Britse leger voor de tropendienst geïntroduceerd, maar wegens de voordelige aanschaf ook bij het thuisleger gebruikt. De Nederlanders namen die goedkope oplossing graag over. Het schoeisel was redelijk van kwaliteit, maar een tekort aan (gedistribueerde) voorraden noopte sommige reservisten eigen schoenen te gebruiken.

De helm was van prima kwaliteit, hoewel de oude platte versie [de M.16, die nog steeds bij diverse onderdelen in gebruik was in mei 1940] sommige militairen tijdens de strijd en na gevangenneming een ruige behandeling door de Duitsers zou opleveren. De platte helm leek immers sterk op het bekende Britse “soepbord”.

De standaard Steyr-Hembrug karabijnen en geweren waren uitstekende wapens, en qua algemene prestatie, betrouwbaarheid en zuiverheid zeker niet inferieur aan de standaard Duitse Mauser K98/G98 repeteerwapens. Wel was het kaliber licht [hoewel de patroon krachtig was], en had de munitie vooral als nadeel dat het onvoldoende stoppend effect had.

Bron: www.zuidfront-holland1940.nl