Grevenbroekmuseum vzw

Brengun

brengunBrengunDe Bren LMG, ook wel genoemd Brengun, was een Britse volautomatische lichte mitrailleur. Het vuurwapen werd van 1938 tot 1958 gebruikt door het Britse leger en anderen. De Bren LMG onderscheidde zich van andere wapens doordat de patroonhouder boven op het wapen zat. Een standaard patroonhouder (magazijn) voor een Bren LMG kon maximaal 30 patronen kaliber.303 British (7,7 x 56 R) bevatten. In de praktijk werd de patroonhouder met niet meer dan 28 patronen gevuld. Er was, voor gebruik op voertuigen, ook een trommelmagazijn met een capaciteit van 100 patronen. De Bren LMG was 633 mm lang en woog 10,35 kg.

De naam is afgeleid van de Tsjechische wapenfabriek Brno, waar het wapen was ontwikkeld en de Engelse wapenfabriek te Enfield, waar het wapen in licentie werd gemaakt.

 

Stengun

Sten 1Stengun

Een stengun is een Britse 9mm-pistoolmitrailleur die tijdens de Tweede Wereldoorlog en de Koreaanse Oorlog veel werd gebruikt door de strijdkrachten van het Verenigd Koninkrijk en het Britse Gemenebest. Deze mitrailleur stond bekend om zijn eenvoudige ontwerp en betrekkelijk lage productiekosten. STEN is een acroniem ontleend aan de naam van de belangrijkste twee ontwerpers, majoor Reginald Shepherd en Harold Turpin, gecombineerd met de letters EN van "ENfield", de vestigingsplaats van de Royal Small Arms Factory (RSAF) in Enfield Lock in Londen. Gedurende de jaren veertig werden er zo'n vier miljoen stenguns gemaakt.

 

Russische krijgsgevangenen

In de strijd tussen nazi-Duitsland en communistisch Rusland maakte het Duitse leger honderdduizenden Russische krijgsgevangen. Een zevenduizendtal onder hen werden vanaf december 1941 verplicht tewerkgesteld in de zeven Limburgse steenkoolmijnen. Gedreven door de hachelijke arbeids- en woonomstandigheden, ondernamen sommigen ontsnappingspogingen. Ze hielden zich tot de Bevrijding schuil op het Limburgs platteland, waar de bosrijke omgeving van de Limburgse Kempen als een uitstekende onderduikregio gold.
Vooral op het grondgebied van de huidige gemeenten Bocholt, Bree, Hamont-Achel, Hechtel-Eksel, Oudsbergen, Neerpelt en Peer leefden veel Russen ondergedoken. De meeste van deze zogenaamde ‘bosrussen’ leefden in goed verborgen kuilen onder de grond. Hun voornaamste bezorgdheid was de zoektocht naar voedsel en kledij. Jenever stoken deden ze zelf. Het contact tussen de bevolking en de voortvluchtigen was wegens het gevaar voor verraad niet zeer intensief, zeker niet in de beginjaren. Maar naarmate de oorlog vorderde ontstonden er soms vriendschappelijke relaties, met name met boswachters en landbouwers. Sommige Russen werkten in ruil voor voedsel en kledij mee in het boerenbedrijf, of konden beschikken over een schuilplaats in een stal of een schuur. Enkelingen werden zelfs ‘kind aan huis’, gingen maandenlang door het leven als een ‘doofstom’ familielid, of gingen op zondag samen met de lokale mensen gaan zwemmen.
Maar de contacten met de autochtone bevolking verliepen niet altijd vriendschappelijk. Menig Rus pleegde diefstal of nam deel – ook na de Bevrijding – aan gewapende overvallen (criminaliteit). Een kleine minderheid nam deel aan verzetsactiviteiten. Het helpen van een Rus was niet zonder risico.

17.12 M.OlsjevskiLuitenant Michaïl OlsjevskiLuitenant Michaïl Olsjevski
Deze jonge Siberiër die uit de mijn van Zwartberg was ontsnapt, dook onder in de bosrijke streek tussen Kleine-Brogel en Kaulille. Om aan eten te geraken moest hij bij mensen in de omgeving aankloppen. Zo maakte hij kennis met het gezin Jules Sleurs-Smeets. Hij hielp mee bij het werk op de boerderij. Voor niet-ingewijden leek hij een lid van de familie. Hij was er twee jaar kind aan huis

 

Bronnen:

  • Evelien D’ Haese en Karel Strobbe: Een erfgoed- en bronnengids voor de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in Noord-Limburg.
  • Jean Put: Russische krijgsgevangenen in Limburg 1942-1945